Blue Flower

Bij Cognitieve gedragstherapie (CGT) staan de gedachten van de cliënt centraal.
In wezen: wat je denkt beïnvloedt je gevoelens en je gedrag.
In cognitieve therapie worden je gedachten omgebogen waarbij geleerd wordt daar een andere betekenis aan te geven, zodat er een objectievere kijk op de gebeurtenissen komt. Dit geeft een verandering op je gevoelens waardoor de negatieve gevoelens verdwijnen en het gedrag veranderd.
Cognitieve gedragstherapie is gericht op het hier en nu, en op de toekomst.

 

Oplossingsgerichte therapie (OGT) is een therapie die uitgaat van de sterke en gezonde kant van de cliënt waarbij een verschuiving in betekenisgeving plaats vindt. De aandacht wordt gericht op “toekomst” gerichte vragen. In wezen is het doel van de therapie om de cliënt zelf tot de oplossing te laten komen.
 
 
EMDR therapie is een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van een ingrijpende en traumatische ervaring. Het doel van de therapie is het “uitwissen” van de herinnering aan de traumatische gebeurtenis. Het oproepen en wissen van de nare herinneringen gebeurd door middel van geluidsklikken (dit is de duale stimulus). Er wordt een gedachte-/beeldenstroom op gang gebracht, waarbij de vervelende herinnering door middel van geluidsklikken hun emotionele lading verliezen.

 
Hypnose wordt gebruikt om verschillende klachten zoals: pijn, onzekerheid, subassertiviteit te verminderen.

 
Zandbakmethode, met deze methode kan een cliënt die “niet lekker in z’n vel zit” en daardoor “vast loopt” door middel van miniatuurfiguurtjes inzicht verkrijgen in zijn problemen om vervolgens gericht te werken aan de oplossing van die problemen.

 
Mindfulness wordt d.m.v. ontspanning, relaxatie en aandacht gericht op het eigen lichaam. Het is een therapievorm die o.a. gebruikt wordt bij mensen die veel piekeren. De cliënt leert om de aandacht anders te focussen waardoor het piekeren verminderd of stopt.

 
NLP (neurolinguistisch programmeren) en TA (transactionele analyse) zijn behandelmethodes bedoeld om beter inzicht te krijgen in problemen waarin de cliënt vastloopt en is meer gebaseerd op “lichamelijk bewegen” en minder op “praten”. Door “lijfwerk” wordt er inzicht verkregen.